34. Belgische ambassade – 28/2/2024

Vanmorgen was ik al vroeg wakker. Om 11u staat het bezoek aan de Belgische ambassade op het programma. Ik maak me rustig klaar, neem het ontbijt, check of ik alle documentatie meeheb en bel dan naar de receptie om een taxi te reserveren.

Stipt om 10u sta ik beneden. Ik informeer naar mijn taxi maar die is er blijkbaar nog niet. De hotelbediende contacteert een taxi en 10min later kan ik vertrekken. Onderweg doe ik een kort babbeltje met de chauffeur. 

Aan de ambassade word ik direct binnen geleid. Het personeel is bijzonder vriendelijk en ik wacht in de zetel waar ik uitzicht heb op de portretten van Koning Philippe en Koningin Mathilde. 

Om 11u word ik binnengeleid in het bureau van de ambassadeur. De consul komt er ook bij zitten. Met hem had ik voordien een online gesprek om de reden van mijn bezoek toe te lichten.

Het gesprek verloopt vlot. Ik leg de stappen van mijn zoektocht uit en toon enkele foto’s om het geheel kracht bij te zetten. Ook de theorie van de 3 A’s licht ik toe: afstand – adoptie – autonomie* (voetnoot onderaan). Je kan als geadopteerde ten volle in je eigen schoenen gaan staan als je het verhaal van je afstand en je adoptie kan omarmen. Voor mij zijn deze 3 woorden een enorme houvast. Verder vertel ik hen dat ik al bij CARA (Central Adoption Authorities) langs geweest was, om mijn zoektocht officieel te laten registreren. Ik voeg toe dat een nieuwe afspraak voor mijn vertrek naar Kolkata geen kwaad kan, gewoon om aan te geven dat ik mijn zoektocht niet loslaat en ook omdat ik de impact van adoptie wens te verduidelijken. Verder hebben we het over thema’s als: ontworteling, identiteitscrisis die vaak op latere leeftijd voorkomt, hoe lastig het is om te connecteren met een cultuur die je niet kent, verlies van erfgoedtaal, lotgenotencontact, enz. Ik heb het gevoel dat de ambassade mijn boodschap begrepen heeft. Ze kunnen helaas geen zoektochten apart begeleiden, dat is niet hun rol. Maar ik ben wel al opgelucht dat ze naar mijn verhaal wilden luisteren, zodat zoektochten in India beter begrepen kunnen worden naar de toekomst. Het is misschien een druppel op een hete plaat, maar alle stapjes, hoe klein ook, zijn zinvol voor mij. Ik groei nog steeds als persoon en beleef deze uitdaging als een mini-overwinning. Ik kom steeds dichter bij mezelf en hoop op een dag effectief op een punt te komen dat ik mezelf volledig genoeg mag voelen om dit alles te omarmen.

Ik bied de ambassadeur nog een cadeau aan voordat ik het gebouw verlaat. Het boek ‘Voorbij transnationale adoptie’ zal hét naslagwerk blijven waar altijd naar verwezen kan worden in de toekomst. Het is een kwestie van de vinger bij de pols te houden. De consul begeleidt me naar de uitgang en belooft dat we met elkaar in contact blijven. Ik ben opgelucht en kijk terug op een goed gesprek.

Ik wandel buiten en laat een autoriksja stoppen. Bij het instappen sla ik mijn voet om. Is dit een bericht van het universum dat ik mijn ritme nog meer moet vertragen? In mijn hotel vraag ik om ijs. Ik zal voor enkele uren gekluisterd zijn aan mijn bed in de hoop dat de zwelling afneemt. Alles is een kwestie van tijd: mijn verzwikte voet maar ook mijn zoektocht, en ook al heb ik liever direct resultaat, het integreren van elke stap is nodig om tot diepere bewustwording te komen. Dit is hoe ik het ervaar en zoals ik al tegen een vriendin zei: ik ga misschien traag vooruit, maar ik ben trots op wie ik ondertussen geworden ben. Ik ben fier dat ik me een Bihari mag noemen, I’m an Indian Queen. 

Dit kunstwerk hing aan de muur in de ambassade: mijn echte gezicht zat ook verstopt, jarenlang, maar nu kan ik alleen maar trots zijn op wie ik geworden ben en nog zal worden. Persoonlijke groei geeft kracht. Die kracht houd ik vast.

Alvast dank aan alles personen die me ten volle steunen, die me mee gemaakt hebben tot de persoon die ik vandaag ben. 

*Afstand – adoptie – autonomie: deze theorie werd uitgewerkt door Hilbrand Westra, geadopteerd uit Zuid-Korea, Sr Coach in adoptie en specialist in het systemisch bewustzijn  (https://alfa-omnia.com/hilbrand-westra/)

33. New Delhi – 27/02/2024

Het hotel telt 3 sterren en is simpel maar correct. Ik slaap in een tweepersoonsbed en plooi het deken dubbel over mij want de nachten zijn best wel fris. Gisterenavond had ik last om in slaap te vallen door het gehuil van enkele straathonden.

De hotelbediening is hier vriendelijk. Ik val hen regelmatig lastig om het ontbijt te bestellen of om wc-papier bij te vragen (de wc-rolletjes zijn hier best wel klein). Er is geen restaurant verbonden aan dit hotel maar ze voorzien wel 24/24u levering van eten en drank. Het is een andere manier dan ik gewend ben maar ik pas me aan. 

Vanmorgen wordt ik gewekt door duivengekir en gezang van een vogelsoort die ik niet ken. Ik ga naar de badkamer en heb voor een keertje warm water: halleluja! Ik besluit mijn haar te wassen boven de grote ton. De douche geeft alleen maar koud water, dus die laat ik voor wat het is. 

Ik bestel een omelet met brood en een thermos masala chai (thee). Het geeft mijn droge keel wat soelaas. Vandaag ga ik op zoek naar extra keelpastilles en fysiologisch water om mijn neus vrij te maken. 

Ik merk dat mijn lichaam rust vraagt, ik besluit om een mijn dagboek aan te vullen en blijf deze voormiddag binnen. De buikpijn die opkomt houdt me tegen om direct op pad te gaan.

Ik rust goed uit en besluit rond 14u het hotel even te verlaten om een voor mij nieuwe uitdaging aan te gaan: de metro nemen. En het was wel degelijk een avontuur. Bij het binnenkomen werd mijn gerief gescand, daarna raakte ik niet wijs uit de metroverbindingen, veel zaken stonden in het Hindi aangeduid. De dame aan de security legde me uit dat er een app bestaat om de metrohaltes gemakkelijker te vinden. Ik heb die dadelijk op mijn telefoon geïnstalleerd, wat een verademing! Toch bleef het zoeken naar de connecterende metrolijnen. In de metrohalte New Delhi moest ik een nieuw ticket kopen, dat besefte ik pas toen ik met het huidige ticket niet door het poortje geraakte. Uiteindelijk stapte ik rond 15u uit aan de halte Kalaji Mandir, hier ligt de adembenemende Lotustempel, een pareltje in de drukke grootstad. Ik laat me mee leiden door de menigte en ben onder de indruk van het water rond de Lotustempel. Ook binnenin straalt de tempel rust uit. 

Na het buitengaan zet ik me even op een bank. Enkele Duitstalige toeristen richten me het woord en vragen met welke reden ik in India ben. We praten even en daarna scheiden onze wegen. Ik wandel nadien terug naar het metrostation. Ik kom met de supersnelle metro aan in Aerocity, dit is de modernste metrolijn van de stad. 

Voordat ik terugkeer naar mijn hotel stop ik bij een apotheek: ik koop neusspray, keelpastilles en een grote doos zakdoeken. Hopelijk kan ik met dit arsenaal de microben verdringen.

32. New Delhi – 26/02/2024.

CARA

Het is voor mij een uitdaging om me alleen te verplaatsen op zo’n spannende dag als vandaag. Mijn hart bonst in mijn keel. Vandaag wil ik dat CARA (Central Adoption Resource Authority) mijn dossier eindelijk opneemt, en mijn zoektocht in India actief ondersteunt. Ik heb geen officiële afspraak in de wacht kunnen slepen, hoewel ik de Belgische ambassade hier op voorhand over inlichtte. Ik wacht niet op de bevestigingsmail en vertrek naar de Centrale Adoptie-autoriteiten van India.

Met de autoriksja kom ik toe, onderweg vragen we aan verschillende politieagenten waar de burelen van CARA zich precies bevinden, achter een gebouw van het leger doemt het paneel van CARA op.

Ik betaal de riksjachauffeur en begeef me richting de trappen. Op de eerste verdieping bereik ik een eerste bureau, een secretariaatsmedewerker doet een telefoontje nadat ik uitgelegd heb waarom ik kom. Een andere Indiër komt me halen en brengt me naar een bureau verderop in het gebouw. Onderweg passeren we een binnenplaats waar verschillende eekhoorns in de bomen rondwippen. De rest van de omgeving gaat aan me voorbij want ik wil maar één ding nu: aandacht vragen voor mijn zoektocht op overheidsniveau.

Ik mag plaatsnemen in een zetel en neem de omgeving goed in me op. Op de muur hangt een kader met in het midden het woord Family uit hout gesneden. In de kader vind ik foto’s terug met blanke en donkere kinderen, vermoedelijk van blanke gezinnen die Indiase kindjes adopteerden. Links van deze kader hangt een paneel met de woorden CARA, security, familie en hoop. Op een tafeltje naast me staat een groot glazen beeld met 2 zwanen en 1 kleine, alsof dit Chinees getinte kunstwerk het familiegevoel moet opwekken. Valse witte bloemen smukken het geheel op. Links van mij staan nog een salon en daarnaast zie ik de deur van de ‘section officer’ gevolgd door een deur met daarop het opschrift van de directeur. Recht voor me heb ik uitzicht op een bureau, hier zit de security wachter, hij houdt me nauwlettend in het oog. Boven het deurkader hangt een camera, ik zal me dus koest moeten houden en geen scène maken want alles is beveiligd. 

Een eerste overheidsmedewerkster komt bij me zitten. Ze vraagt vriendelijk naar mijn dossiernummer. Ik kijk haar niet begrijpend aan: ik heb geen dossiernummer, niemand heeft me hier ooit over gesproken, zelfs Ray of Hope niet, de Belgische adoptiedienst die me naar België bracht – bij deze dienst heb ik het gevoel dat ik het denkwerk zelf moet doen want alles is zo lang geleden dat ik de zoektocht beter opgeef.

Het duurt een minuut alvorens ik besef dat ik de verkeerde dame voor mijn neus heb. Zij begeleidt duidelijk dossiers om kinderen te adopteren. Ik bedank haar vriendelijk voor het aanbod en vraag haar wie ik wel kan spreken om mijn vragen te beantwoorden. Ze staat op en haalt een nieuwe medewerkster. Ik doe mijn verhaal en geef haar een officiële brief af waarin mijn gegevens vermeld staan. Ik eis een stempel voor ontvangst, hoewel ze beweert dat dit niet nodig is, houd ik voet bij stuk. Maar ook zij laat niet los: ik moet een mail sturen met nog eens alle gegevens opgesomd. Ze zou dan binnen enkele dagen mijn dossier inschrijven en mijn zoektocht officieel ondersteunen. Ik ben benieuwd wat dat precies te betekenen heeft. Verbazingwekkend blijf ik kalm, kan ik respectvol de dame te woord staan. Ze verdwijnt met mijn brief, komt terug met het gestempelde document en ik neem hiervan een foto als bewijs dat ze het ontvangen hebben. Daarmee weet ik dat ze verplicht zijn om mijn dossier niet meer te laten liggen. Ik heb in het verleden al mails gestuurd, maar daarvan kreeg ik nooit bevestiging. Ik blijf een uur zitten zonder opvolging met het idee dat de medewerkster ondertussen de registratie in orde brengt. Ze passeert toevallig en vraagt of ze nog iets kan betekenen. Ik trek mijn stoute schoenen aan en zeg dat ik de directeur nog even wil spreken met in mijn achterhoofd: wie niet waagt, niet wint. Ze pruttelt tegen, maar ik geef niet af. Ik blijf vriendelijk maar wel kordaat. Ze checkt het bureau en vertelt me dat hij weg is. Ik zeg vriendelijk dat dat niet erg is, en dat ik wel zou wachten. Het uur dat ik ondertussen verloren heb, betekent niets als ik toch even mijn case zou kunnen uitleggen aan de directeur. Na zijn late middagpauze komt de directeur toe en mag ik enkele minuten binnen. Ik leg hem in het kort uit waarom ik in India ben en dat ik het graag zou hebben over de impact van adoptie. Hij geeft aan hiervoor geen tijd te hebben en dat ik verplicht ben om een officiële aanvraag in te sturen om het hierover te hebben. Daarmee bedoelt hij dat een persoon van een officiële Belgische instantie mijn bezoek moet aankondigen, daarin moet vermeld staan wat ik kom doen en waarom. De bureaucratie in India is belangrijker dan het hogere doel, namelijk de sensibilisering van de maatschappij inzake adoptie. Ik voel dat aandringen geen zin heeft, en ik bedank de directeur voor zijn tijd. 

Ik begeef me langs de security guard, groet de eekhoorns op de binnenplaats en bereik de uitgang. Ik adem even diep in en uit. Mijn keel voelt droog aan, maar toch voel ik opluchting. Ik heb niet gehuild, en heb niet geroepen. Ik ben redelijk gebleven en heb kunnen zeggen wat ik nodig heb, hiervoor had ik de vorige reizen nog geen ruimte. Ik groei, ik win aan zelfzekerheid en ik probeer op mijn ritme en niveau vooruit te gaan. Ik feliciteer mezelf en beslis om met Tine nog wat te gaan rondkuieren in Laxmi Nagar. Een welkome afsluiter van een nuttige en alweer leerrijke dag.

Ondertussen loop ik een flinke verkoudheid op, de onzuivere lucht van New Delhi heeft me in haar greep…

31. Onderweg – 25/02/2024

Op vrijdag 23 februari, net voordat ik naar mijn werk vertrek, verneem ik van mijn vriendin uit het zuiden dat ze niet naar New Delhi zal kunnen komen wegens een sterfgeval in de familie. Ik begrijp haar beslissing maar mijn lichaam gaat in stressmodus. Hoe kan ik het maken om te vertrekken zonder gereserveerde slaapplaats? Het hotel dat ze op het oog had, was enkel toegankelijk voor Indische burgers en vermits India geen dubbele nationaliteiten aanvaardt, kon ik dus niet alleen in dat hotel overnachten.

Ik vertrek naar mijn werk met heel veel ongerustheid. Ik voel dat het lesgeven de aandacht even afleidt, maar wanneer ik ’s middags thuiskom begin ik als een kip zonder kop te zoeken naar een plek om te overnachten. Ondertussen heb ik met verschillende Indiërs contact maar geen enkele geeft me een concreet idee over de veiligheid van de omgeving en over de kwaliteit van het hotel/guesthouse. Ik reserveer dan maar een B&B, op het goed vallen uit. Dat geeft me innerlijke rust.

Ik sta erop om met mijn gezin nog even samen iets te gaan eten. We genieten met z’n allen van dit moment. Ik eet nog eens een typisch Belgisch gerecht want de komende 2 weken ga ik smullen van mijn favoriete Indische keuken.

Op zaterdagmorgen ben ik vroeg uit de veren, ik geniet nog van een heerlijke warme douche en ben netjes op tijd klaar. We komen een uurtje te vroeg aan op de luchthaven van Zaventem. Op dat moment belt een Indische kennis me op. Mijn B&B ligt in een onveilige buurt en hij heeft een beter hotel voor mij gevonden. Oef!!! Ik bedank hem 1000x. De check-in, de security-controle en de boarding verlopen tot nu toe zonder problemen. Ik hoop dat er deze keer geen bagageproblemen zijn zoals tijdens de 2 vorige reizen.

Op het moment dat ik effectief plaatsneem in het vliegtuig richting Helsinki, wellen mijn tranen op. Mijn lichaam wordt zoals gewoonlijk over en weer geslingerd: de drang om te vertrekken en mij te herbronnen is groot, maar de pijn om mijn lieve schatten achter te laten is dat evenzeer. Mijn maag krimpt samen, maar ik verman me en kijk uit het raam. Daar zie ik enkele flauwe zonnestralen op de controletoren van de luchthaven vallen. Een mooi beeld dat mijn binnenste verwarmt.

Zonnestralen verlichten een beetje de controletoren.

Onderweg schrijf ik aan mijn dagboek en op de vlucht naar India word ik als echte Indische behandeld. Ik krijg zelfs geen immigratieformulier want dit is gereserveerd voor (blanke) Europeanen. We landen een half uurtje te laat in New Delhi, om 6.30u plaatselijke tijd. Mijn lichaam is moe maar krijgt een boost van zodra ik voet aan de grond zet. Dit proces ken ik, het lijkt op een stroomstoot die me helemaal oplaadt. Ik stap dapper door, en neem de weg zonder de rolband. Aan de immigratiedienst is er serieus geïnvesteerd naar Indische normen. Er staan tafels met de immigratieformulieren én balpennen. Ik ben verbaasd om dit zo netjes gepresenteerd te zien. Voordien moest je de blaadjes gaan zoeken. Maar de euforie ebt gedeeltelijk weg als ik ontdek dat de balpennen niet werken. Ik neem dat maar mijn eigen pen en vul het formulier in. De wachttijd aan de immigratiedesk is voor een keertje 0 seconden, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Voordat ik het weet sta ik gepakt en gezakt mijn prepaid taxi te regelen. Een handige manier om de luchthaven te verlaten.

Landen bij zonsopgang

Verderop staat de chauffeur op me te wachten maar het is alweer even spannend, want het adres is blijkbaar onvindbaar. Na heel wat over en weer getelefoneer met mijn kennis, de hoteluitbater en de chauffeur stap ik uiteindelijk uit aan het Fabhotel. Deze driesterren-keten biedt betaalbare overnachtingen aan. Qua hygiëne en uitrusting is het hier best in orde.

Ik slaap enkele uurtjes bij en trek er in de namiddag op uit: mijn Indisch telefoonnummer herladen, voor de eerste keer iets alleen gaan eten, en met de tuktuk naar het centrum van New Delhi trekken. Het uitzoeken vraagt wat begeleiding van lieve mensen rondom mij, maar het heeft geleid tot een fijne dag waar ik uiteindelijk besef dat ik tot meer in staat ben dan ik dacht. In mijn herkomstland voelde ik me vaak het kleine kind, nu groeit mijn innerlijk kind eindelijk op en kan ik mezelf toelaten om in mijn eigen (volwassen) schoenen te gaan staan.

Ik sluit de dag af met een heerlijk moment in het gezelschap van Tine, een mede-geadopteerde en we keuvelen over onze vele avonturen in het Indiase subcontinent. Ik voel me welkom, ik voel me omringd, ik durf te informeren, ik durf actie te ondernemen. Kortom, India ligt een beetje meer aan mijn voeten. Ik ben (goed) onderweg.

Connaught Place, het commerciële hart van New Delhi